
Fase 1:
Er wordt na intensief vooroverleg met uw orgeladviseur voorgesteld te beginnen in een Fase 1 met de 4 noodzakelijkerwijs buiten gebruik gestelde registers van het Positief (Holpijp 8vt, Fluit 4vt, Octaaf 2vt en Spitsfluit 2vt discant). Die zullen nieuw gemaakt moeten worden. In een later stadium (Fase 2) kan dan het overige pijpwerk worden vernieuwd.
De werkzaamheden voor wat betreft een eerste fase kunnen normaal gesproken goed binnen 3 à 4 maanden worden afgerond.
Fase 2:
De bestaande pijpen zullen moeten worden nagemaakt in een legering van maximaal 88% lood en minimaal 12% tin (Bader gebruikte bijna 100% lood); onderzoek heeft uitgewezen dat de corrosie geen vat heeft op pijpen met minimaal 12% tin. Bij de grotere pijpen kunnen de bestaande corpora (dat zijn de bovenste delen) vermoedelijk worden gehandhaafd. We gaan eerst uit van verdere vervaardiging in lijn zoals Bader (gieten op zand, hameren, bijschaven). Een minderprijs voor <niet gieten op zand en niet hameren= is apart gecalculeerd.
Het is te betreuren dat dus Bader-pijpen uit het orgel zullen moeten verdwijnen. Omdat ze van grote cultuurhistorische waarde zijn, mogen ze niet worden weggegooid, maar zullen ze bewaard moeten blijven. Waar en op welke wijze, zal nader moeten worden bepaald. Door Bert Yedema is in 2020 de optie reeds genoemd om het afgenomen geoxideerde pijpwerk op te gaan slaan in een afgesloten omgeving met calciumhydroxide (gebluste kalk) dat zuur neutraliseert. De afgesloten omgeving zou kunnen bestaan uit goed afsluitbare bakken voor het kleinere pijpwerk, de grotere pijpen zouden bewaard kunnen worden in een met sterk tape af te sluiten plastic folie.
Voor wat betreft de tweede fase moet met meer dan een jaar doorlooptijd worden gerekend.